Tegenwoordig worden de kinderen steeds langer. Door betere voeding en gezondheid in de laatste honderd jaar zijn we gemiddeld 20 centimeter langer geworden. De man is nu gemiddeld 1.85 meter, de vrouw 1.71 meter.

In de bovenbouw van de lagere school begint er een grotere variatie in de lengte van leerlingen op te treden. Dit is het gevolg van het intreden van de groeispurt. De groeispurt is een groeiversnelling gedurende 1 à 2 jaar met een topsnelheid van gemiddeld 10 cm per jaar bij jongens en gemiddeld 9 cm per jaar bij meisjes. Bij de meisjes zet de groeispurt in op de leeftijd van ongeveer 10 jaar, bij de jongens vanaf 12 jaar. Na de groeispurt daalt de groeisnelheid geleidelijk tot nul in een periode van 1 à 2 jaar. Als de menstruatie bij meisjes begint, hebben ze de meeste groei gehad. Jongens groeien 2 jaar langer door voordat de eindspurt in de groei aanvangt. Dat verklaart voor een belangrijk deel het lengteverschil tussen volwassen mannen en vrouwen.

Tijdens deze groeiperiode verandert er veel in het leven van de kinderen. Hun lichaam verandert, hun bewegingspatroon verandert, over het algemeen zitten ze meer achter de computer en TV in niet altijd even gunstige houdingen. Door weinig beweging en verkeerd spiergebruik kunnen houdingsafwijkingen ontstaan.

30025766_sHOUDINGSAFWIJKING?

We spreken van een houdingsafwijking wanneer tijdens de ontwikkeling van de wervelkolom de normale krommingen worden versterkt. Normaal is een lichte holling in de onderrug, een lichte bolling in de bovenrug en een lichte holling in de nek. Als de onderrug te hol is spreken we van een versterkte lendenlordose en als de bovenrugkromming te sterk is spreken we van een versterkte thoracale kyfose. De laatste komt vaak voor bij kinderen in de groei, ze weten vaak niet waar met dat lange lijf naar toe te gaan en zakken dan gemakkelijk in. Ook komt een zijdelingse kromming van de wervelkolom voor, we spreken dan van een scoliose. Dit wordt zichtbaar bij het voorover buigen van de rug. De ene helft van de rug kan hoger zijn dan de andere. We zien dit regelmatig bij mensen met een beenlengteverschil.

Wat kunt u zelf doen?

U kunt uw kinderen stimuleren om ze naast het studeren achter bureau en computer, zoveel mogelijk te laten bewegen. Door het (buiten) spelen te stimuleren, door (met ze samen) te sporten, fietsen en wandelen.

Daarnaast is het van belang dat uw kind op een goede stoel zit als het huiswerk maakt of als het televisie kijkt. Niet onderuitgezakt, maar enigszins rechtop, desnoods ondersteund met kussens. Bij de aanschaf van een stoel en bureau is het wenselijk dat deze in hoogte verstelbaar is. Zo kan dit meubilair meegroeien met uw kind.

U vermoedt een houdingsafwijking, en dan?

Als u denkt dat uw kind een houdingsafwijking heeft, dan is vroegtijdig diagnosticeren van belang. Hoe eerder een houdingsafwijking wordt (h)erkend, des te sneller kan correctie plaatsvinden. Immers, tijdens de groei is het gemakkelijker een houding- en/of bewegingspatroon te veranderen dan op latere leeftijd.

Uw kind kan via de huisarts, schoolarts of specialist naar oefentherapie-Mensendieck worden verwezen. U kunt ook zonder verwijsbrief naar ons komen om de houding van uw kind te laten controleren.

Wat doen wij?

Als wij het kind hebben onderzocht en we hebben een houdingsafwijking geconstateerd dan maken wij een behandelplan, gericht op het kind. Kinderen komen in het begin elke week, en zullen daarna elk half jaar gecontroleerd worden op hun houding. Mocht het nodig zijn om röntgenfoto’s van de wervelkolom te laten maken of een bezoek aan de huisarts/orthopeed te brengen, dan kunnen wij hierin advies geven en zo nodig een brief meegeven.

Zo’n behandelplan bestaat uit:

* het kind bewust maken van zijn eigen houding, de manier van bewegen en de invloed hiervan op het lichaam
* verbeteren van de houding tijden zitten, schrijven, schooltas dragen, staan, lopen, bukken enz.

* bewust maken van spiergebruik en aanleren van vaardigheden om houding te optimaliseren
* conditie opbouwen om gecorrigeerde houding te blijven behouden
* leren toepassen van het gecorrigeerde houding- en bewegingspatroon in het dagelijkse leven van het kind, zoals het zitten, bukken, staan en lopen
* ergonomisch advies geven over de hoogte van stoel en bureau, de juiste computer- en schrijfhouding en bijv. het op een juiste manier dragen van een rugtas
* advies geven over wel/geen zooltjes bij een beenlengte verschil
* het verminderen van eventuele lichamelijke klachten
* zo nodig ademhaling/ontspanningsoefeningen
* advies over sporten

De jongste kinderen die in onze praktijk komen zijn ongeveer 10 jaar. Wij kunnen de wervelkolom goed nakijken en eventuele holle rug, scoliose, kyfose, bekkenscheefstand, schouderscheefstand enz. opsporen. Mocht uw kind jonger zijn, dan verwijzen wij graag naar een kinderoefentherapeut. Zij hebben gerichte nascholing gedaan op dit gebied.

 

 

KYFOSE:

Een kyfose is een versterkte kromming van de bovenrug. Dit kan in de groei ontstaan door een verkeerde houding. Het komt ook voor in bepaalde families. De kromme bovenrug heeft invloed op de stand van de onderrug, de nek, het hoofd en de schouders. Het is daarom van groot belang de kromming niet te verergeren.

Wat kunnen wij voor u betekenen?

U krijgt van ons oefeningen om de bovenrug rechter te maken. Wij leren u een goede houding aan bv bij het zitten/schrijven/werken om te voorkomen dat de kromming toeneemt. Vooral het bewust maken van uw houding tijdens de dagelijkse activiteiten is een eerste stap. De combinatie van bewust worden, oefenen en toepassen  van het geleerde in het dagelijks leven is de kracht van een oefentherapeut. Een duidelijke meerwaarde in vergelijking met andere therapieën.

 

ZIEKTE VAN SCHEUERMANN:

De ziekte van Scheuermann, ook wel juveniele (jeugdige) kyfose (rugkromming) genoemd, wordt gekenmerkt door een vormafwijking van de borstwervels met een kromme bovenrug als gevolg.

De borstwervels worden hierbij wigvormig waarbij de achterkant een normale hoogte houdt en de voorkant als het ware ‘inkrimpt’. Dit begint meestal in de kinderleeftijd en komt bij ongeveer 5% van de mensen voor; bijna even vaak bij meisjes en jongens. De ziekte kan heel mild zijn en geeft bij sommigen helemaal geen klachten, bij anderen ontstaan er problemen zoals pijn, toenemende kromme rug, klachten van het zenuwstelsel en hart of longproblemen.

De oorzaak is tot op heden onbekend.

Hoe wordt het vastgesteld?

Op een röntgenfoto (zijaanzicht) van de wervelkolom zijn de afwijkingen goed te zien, soms wordt ook een CT of MRI-scan gedaan om meer informatie te krijgen.

Wat kan  u helpen?

Ontstekingsremmende pijnstillers kunnen worden gebruikt om pijn tegen te gaan.
Daarnaast wordt oefentherapie voorgeschreven. Wij leren u een betere houding te ontwikkelen en de spieren zo sterk mogelijk te maken. Het is belangrijk hier zo vroeg mogelijk mee te beginnen, liefst in de groeiperiode.
Soms kan een hulpmiddel zoals een brace of gipskorset nodig zijn om de rug in een betere stand te krijgen.
Een operatie aan de rug kan overwogen worden. Hierbij worden de wervels vastgezet om de kromming te verminderen.

Ermee leren leven

Het kan over het algemeen geen kwaad om met deze aandoening aan het werk en in beweging te blijven. Bepaalde werkzaamheden kunnen echter moeilijk zijn. Het is over het algemeen gunstiger om naar het werk te blijven gaan en het werk aan te passen.
Iemand die zich niet ziek meldt, kan wel een afspraak maken met de bedrijfsarts of de bedrijfsverpleegkundige om de problemen op het werk te bespreken. Misschien is het mogelijk om met kleine aanpassingen aan het werk te blijven. Informatie over het open spreekuur kunt u krijgen bij de arbodienst van uw werk.

De bedrijfsarts en de huisarts kunnen informatie uitwisselen om de begeleiding optimaal op elkaar af te stemmen, maar nooit zonder toestemming van de patiënt. Tegenwoordig is het wettelijk geregeld dat zowel de werkgever als de werknemer zich moeten inzetten voor hervatting van werk (‘Wet Verbetering Poortwachter’).

Bronnen: Orthopedie prof. dr. J.A.N. Verhaar, prof. dr. A.J. van der Linden